Protocol Sectie dode dieren ESF ( artikel 8 van de overeenkomst opvang dieren) (Dutch Law)

Added: 2008-07-06

Wat moet u doen als u een ESF dier verzorgt en het dier komt te overlijden.

 

In principe dient de oorzaak van overlijden vastgesteld te worden door middel van sectie.

Om sectie te kunnen verrichten moet het dode dier uiteraard goed geconserveerd worden.

Het beste kunt u het dode dier “op ijs” bewaren. Indien de bewaartijd niet veel langer is dan 36 uur, is sectie goed mogelijk. In elk geval moet u het dier niet in de vriezer leggen, omdat sectie daarna vrijwel onmogelijk is .

De kosten van de sectie zijn voor rekening van de verzorger.

In bijzondere gevallen kan de ESF (een deel van) de kosten voor haar rekening nemen.

 

Indien u twijfelt aan het nut en de noodzaak van het laten verrichten van sectie, dient u binnen de bovengenoemde uiterste bewaartermijn contact op te nemen met de stamboekhouder -of diens vervanger- van de betreffende soort.

 

Waar kunt u sectie laten verrichten

 

Op dit moment is er nog overleg gaande tussen de ESF board en een aantal instellingen die sectie kunnen uitvoeren. Overleg is er vooral op gericht om de kosten zo laag mogelijk te houden.

In elk geval zijn op dit moment de volgende mogelijkheden aanwezig:

- Universiteit Utrecht, faculteit diergeneeskunde

- NOIVBD, Gerry Dorrestein  in Veldhoven (zie site)

http://veldhoven.digicity.nl/Dieren/NOIVBD_Gerry_M._Dorrestein-848590371id.html

 

In beide gevallen kunt u dieren zelf brengen dan wel via de dierenarts laten bezorgen.

Indien het dier zelf wordt aangeboden dient er wel een inzendformulier (anamnese(?) te worden ingevuld. De onderzoeksuitslag wordt in dergelijke gevallen direct aan u toegezonden. Indien u moeite heeft met de medische terminologie kunt u contact opnemen met Job Stumpel  (zie ESF site)

De kosten bedragen ca. 65 euro incl. BTW  (medio 2008)

 

Wettelijke voorschriften (CITES) bij overlijden categorie A- lijst diersoorten.

 

Zoals bekend mag worden verondersteld mag een categorie A- lijst dier dat niet uniek geïdentificeerd is ( gechipt), dood of levend, alleen worden verplaatst naar een ander locatie als daar middels een nieuw af te geven (transactie- specifiek) certificaat toestemming voor is gegeven door de Dienst Regelingen van het Min. LNV.

Dit zou bij secties niet werken omdat de procedure van aanvraag en afgifte te lang duurt om nog zinvol een sectie te kunnen verrichten op het dode dier.

Daarom is in overleg met de teammanager van de Dienst Regelingen, CITES Bureau, voor de volgende pragmatische oplossing gekozen:

Bij overlijden van het dier waarop sectie moet worden verricht, meldt u het overlijden digitaal ( via email) aan bij het CITES Bureau. Daarbij geeft u aan waar ( locatie) de sectie zal worden uitgevoerd.

Na uitslag van de sectie zendt u het – inmiddels niet meer geldige – certificaat aan het CITES bureau onder verwijzing naar het bovenvermelde email bericht. Eventueel – dat staat vrij – geeft u de doodsoorzaak op aan het CITES bureau.

 

Voor de volledigheid, deze procedure hoeft niet te worden gevolgd als het dode dier is gechipt en het chipnummer op het certificaat is vermeld. Wel dient u na sectie het certificaat altijd te retourneren aan het CITES Bureau met de vermelding dat dier is overleden en de datum van overlijden.

 

European Studbook Foundation

RAV/02/07/2008/0002